Hergebruik Hulpmiddelen

In 2009 heeft Stichting VraagWijzer Nederland in opdracht van de Provincie Noord-Brabant een onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden van hergebruik van hulpmiddelen in het kader van de Wmo.

Opdracht

 

Het doel van dit onderzoek was in kaart te brengen hoe gemeenten omgaan met hergebruik van hulpmiddelen en wat de omvang van eventueel hergebruik is. De vraagstellingen waren:

‘Is het mogelijk en haalbaar om efficiënter om te gaan met reeds beschikbare hulpmiddelen, zeker vanuit het oogpunt van milieuaspecten en duurzaamheid?

Kan hergebruik van hulpmiddelen bijdragen tot het oplossen of beperken van dilemma bij de gemeenten?’

Het onderzoek richtte zich in eerste instantie op de systematiek van hergebruik van mobiele hulpmiddelen zoals scootmobielen, elektrische rolstoelen en handbewogen rolstoelen.
De zes gemeenten uit de Adviesraad hebben deze top drie gezamenlijk vastgesteld.

 

Uitvoering

 

Het project is in vier fasen uitgevoerd. In de voorbereidingsfase is het project opgezet en zijn de contacten voor de uitvoering van het project aangegaan. In de tweede fase vond de gegevensverzameling plaats. Dit is door middel van literatuur onderzoek (deskresearch, inventarisatie van gegevens), interviews onder producenten, Welzorg, en met gebruikers gedaan. Er is een bijeenkomst met de Advies- en Klankbordgroep geweest: een rondetafel­conferentie. Tijdens de uitvoering van het project zijn hiervoor diverse documenten ontwikkeld, zoals een document met achtergrondinformatie, resultaten, en de belangrijkste conclusies uit interviews en rondetafelconferentie(s). In fase drie is het digitale onderzoek onder de gemeenten uitgevoerd. Tot slot is de rapportage van dit project gerealiseerd.

 

Er is vooronderzoek middels interviews gehouden onder twee gemeenten. Daarnaast zijn
12 gebruikers benaderd voor een kort interview. Voor de volledigheid van dit onderzoek zijn interviews gehouden met producenten, leveranciers (onder andere Welzorg te Breda) en andere intermediairs. De gegevens uit deze interviews zijn geanonimiseerd. Middels een digitale vragenlijst is informatie onder de gemeenten verzameld. Om tot een analyse te komen zijn frequentietabellen opgesteld. Het onderzoek beperkt zich tot de mobiele hulpmiddelen scootmobielen, elektrische rolstoelen en handbewogen rolstoelen en is uitgevoerd onder Wmo-coördinatoren/beleidsmedewerkers bij alle Noord-Brabantse gemeen­ten. De respondenten zijn per e-mail uitgenodigd deel te nemen aan het onderzoek. Zij hebben anoniem ingelogd. In geval van een foute adressering is verzocht het bericht door te sturen naar de juiste persoon, indien bekend. Gecommuniceerd is dat gegevens anoniem verwerkt worden. Op deze wijze is geprobeerd de non-respons zo beperkt mogelijk te houden.

 

Resultaten

 

In Nederland worden in het kader van de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) hulpmiddelen verstrekt door zorgverzekeraars en gemeenten voor revalidatie en om mensen met lichamelijke beperkingen zelfstandig(er) mobiel te laten functioneren.
Met name scootmobielen, elektrische rolstoelen, handbewogen rolstoelen en trapliften zijn belangrijk voor deze mobiliteit. Het leveren van de ideale oplossing aan burgers door gemeenten wordt beperkt. De beperking betreft met name de tijdige beschikbaarheid van hulpmiddelen en van budget. Mogelijk biedt het perspectief van duurzaamheid kansen.

 

In dit onderzoek is ingegaan op hergebruik en herverstrekking van mobiliteitshulpmiddelen. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de Provincie Noord-Brabant. Onderzocht is hoe gemeenten omgaan met hergebruik van hulpmiddelen en wat de omvang van eventueel hergebruik is. Verschillende methoden zijn gebruikt. Er is vooronderzoek middels interviews gehouden onder twee gemeenten. Daarnaast zijn gebruikers en producenten, leveranciers en andere intermediairs geïnterviewd. Er zijn ongeveer 20 interviews afgenomen.
In aanvulling hierop is onder alle gemeenten in de provincie Noord-Brabant een vragen­lijstonderzoek gehouden (respons 30%). Het onderzoek betreft de periode augustus 2007 tot juli 2008.

 

In onderstaande tabel is uitgewerkt, wat alle gemeenten in de provincie in totaal aan huurwaarde op jaarbasis besteden aan onderstaande drie mobiliteitshulpmiddelen.

 

Hulpmiddel

Aantal verstrekte

Hulpmiddelen per 1000 bewoners

Geschatte huurwaarde per hulpmiddel

op jaarbasis in €

Totale waarde van verstrekte

hulpmiddelen op jaarbasis

scootmobiel

4,7

995

11.307.777

handgedreven rolstoel

6

208

3.017.664

elektrische rolstoel

0,9

1.444

3.142.433

totaal huurwaarde van verstrekte hulpmiddelen in Noord-Brabant op jaarbasis in €

17.467.874

 

Vrijwel alle gemeenten doen aan herverstrekking van hulpmiddelen (93%, n=15). Bij de herverstrekking spelen voor de meeste gemeenten de adequaatheid en de bruikbaarheid van het hulpmiddel voor de klant een belangrijke rol (80% en 69%, n=10 en n=13). De helft van de gemeenten vindt hygiëne en de betrouwbaarheid van het hulpmiddel belangrijke argumenten bij de afweging om hulpmiddelen wel of niet te herverstrekken (40% en 50%, n=10).

Uit het onderzoek komt naar voren dat relatief veel scootmobielen en rolstoelen ongebruikt bij mensen thuis staan (16,1% scootmobielen en 6,5% en 14,5% voor elektrische en hand­bewogen rolstoelen).

 

In de interviews is veelvuldig genoemd dat hetgeen verstrekt wordt niet altijd voldoet aan de wensen van de gebruiker. Gebruikers zijn niet afwijzend tegen herverstrekking, zo blijkt uit de interviews. Zij willen wel voorwaarden stellen, namelijk dat kwaliteit, hygiëne, garantie en levertijd goed zijn. Het proces van verstrekking en de mogelijkheden voor inspraak vinden zij beperkt of onduidelijk. Gebruikers wensen beter geïnformeerd en betrokken te worden. Zij geven aan dat een systeem waarin optimaal gebruik wordt gemaakt van de hulpmiddelen ook in hun voordeel is.

 

De mogelijkheden en beperkingen om te komen tot verbeterde vormen van hergebruik, reconditionering of zelfs remanufacturing worden in sterke mate bepaald door het krachtenspel waarin burgers, gemeenten, producenten en leveranciers zich bevinden.

Op basis van de gesprekken met deskundigen uit het veld, en de uit de enquête en deskresearch verkregen informatie zijn de volgende trends en ontwikkelingen gevonden die mogelijk van invloed zijn op herverstrekking.

 

Trends en ontwikkelingen:

-      Concurrentiebedinging

-      Prijzen die onder druk staan

-      Globalisering

-      Duurzaamheid

 

Relevante knelpunten voor herverstrekking zijn:

        Technische levensduur hulpmiddelen

        Repareerbaarheid hulpmiddelen

 

De gesignaleerde kansen zijn:

        ‘Verborgen voorraad’  van hulpmiddelen

        Remanufacturing van met name scootmobielen

 

Mogelijke oplossingen voor de beperkte beschikbare voorraad en het beperkte budget van gemeenten op de korte termijn kunnen gezocht worden in controle van het gebruik. Het percentage ongebruikte hulpmiddelen kan aanzienlijk teruggebracht  worden. Geschat is dat er in heel Noord-Brabant jaarlijks € 4.088.068,- wordt uitgegeven aan niet meer in gebruik zijnde hulpmiddelen. Door ook beter gebruik te maken van hulpmiddelen, die tot nu toe ongebruikt bij mensen thuis staan, wordt uiteindelijk bespaard op grondstoffen en energie: er zijn dan minder nieuw gepro­du­ceerde hulpmiddelen nodig. Op korte termijn kunnen gemeenten de zogenaamde ‘verborgen voorraad’ proberen beschikbaar te maken.

 

Door meer duurzame en binnen economische randvoorwaarden langduriger reconditio­neerbare scootmobielen en rolstoelen te ontwikkelen, kunnen naar verwachting op termijn kosten worden bespaard. Ook komt hierdoor een breder aanbod hulpmiddelen voor burgers beschikbaar. De industrie zou hiertoe het initiatief moeten nemen, zo mogelijk gestimuleerd door gemeenten middels criteria voor duurzame inkoop.

 

De herverstrekking van al dan niet gereconditioneerde scootmobielen en handgedreven rolstoe­len is relatief goed geregeld. In aanvulling hierop zijn er in het onderzoek diverse mogelijk­heden gevonden om te komen tot meer geschikt aanbod en efficiëntere inzet van middelen.